Putting is een van de meest bepalende onderdelen van het golfspel, en tegelijk het onderdeel dat beginners het vaakst onderschatten. Terwijl lange slagen op de driving range veel aandacht trekken, worden de meeste slagen in een ronde gemaakt op de green. Wie leert hoe putting op de green werkt, zal al snel merken dat een goede techniek en het lezen van de green een groot verschil maken op de scorekaart. Dit artikel legt stap voor stap uit wat u moet weten als beginner die serieus aan de slag wil met putten.

De juiste puthouding en grip

Een goede putt begint bij een stabiele houding en een grip die controle geeft zonder spanning. Veel beginners pakken de putter vast zoals een gewone golfclub, maar bij putten werkt dat anders. De meest gebruikte grip is de zogenaamde “reverse overlap grip”: de wijsvinger van de bovenste hand rust over de vingers van de onderste hand. Dit geeft meer stabiliteit en voorkomt dat de polsen te veel bewegen tijdens de slag.

Sta met uw voeten op schouderbreedte, knieën licht gebogen en het gewicht gelijkmatig verdeeld. Houd uw ogen recht boven de bal, of iets daarbinnen. De putter beweegt als een slinger: gelijkmatig naar achteren en naar voren, zonder een actieve polsbeweging. Uw schouders sturen de beweging, niet uw handen. Een ontspannen grip, waarbij u de putter licht vasthoudt, helpt om soepel door de bal te slaan.

Hoe u de afstand leert inschatten

Afstandscontrole bij het putten is een vaardigheid die u opbouwt door te oefenen en bewust te voelen hoe hard u moet slaan. Er bestaat geen vaste formule, maar er zijn praktische manieren om het gevoel te ontwikkelen.

Een nuttige oefening is om zonder te kijken naar het gat een bal te putten en daarna te beoordelen hoe ver de bal is gerold. Dit traint het gevoel voor kracht. Oefen ook met verschillende afstanden: korte putts van één tot twee meter, middellange putts van drie tot vijf meter en langere putts van meer dan zes meter. Bij lange putts is het doel niet altijd de bal in het gat te spelen, maar hem zo dicht mogelijk bij het gat te stoppen. Dat heet “lag putting” en voorkomt dat u een moeilijke tweede putt overhoudt.

Denk bij het inschatten van de afstand ook aan de snelheid van de green. Een droge green is sneller dan een natte green, en een dalende lijn zorgt ervoor dat de bal verder rolt dan u verwacht. Dit bewustzijn helpt u om uw slagkracht aan te passen aan de omstandigheden.

De lijn lezen op de green

De lijn lezen betekent dat u bepaalt welk pad de bal moet volgen om het gat te bereiken. Greens zijn zelden volledig vlak. Er zijn hellingen, bochten en richtingen die de bal beïnvloeden. Dit lezen is een van de meer intuïtieve vaardigheden in golf, maar er zijn concrete stappen die u kunt volgen.

Loop achter de bal langs richting het gat en kijk hoe de green helt. Helpt de helling de bal naar links of rechts? Gaat de putt omhoog of omlaag? Ga daarna achter het gat staan en kijk terug naar de bal. Soms ziet u een helling vanuit die hoek duidelijker. Veel ervaren golfers kijken ook op ooghoogte door de knieën te buigen om kleine hoogteverschillen beter te zien.

Als de green naar rechts helt, moet u de bal iets links van het gat richten, zodat de helling de bal naar het gat trekt. Dit heet het “breekpunt” bepalen. Beginners neigen ertoe de helling te onderschatten. In de praktijk breekt een putt bijna altijd iets meer dan u denkt, zeker op snellere greens.

Veelgemaakte fouten bij het putten

Beginners maken bij het putten een aantal fouten die regelmatig terugkomen. Door ze te kennen, kunt u ze sneller herkennen en corrigeren.

  • Te veel polsbeweging: De polsen “breken” tijdens de slag, waardoor de richting van de putter verandert. Houd de polsen stabiel en laat de schouders het werk doen.
  • Het hoofd te vroeg optillen: Veel beginners kijken al naar het gat voordat de putter de bal heeft geraakt. Dit verstoort de houding. Kijk naar de plek waar de bal lag totdat u het geluid van de slag hoort.
  • Te hard slaan: Een bal die te hard geslagen wordt, rolt voorbij het gat en geeft een lastige terugputt. Oefen op rustig tempo en richt op het stoppen van de bal vlak achter het gat.
  • De lijn negeren: Zonder de green te lezen, putt u puur op gevoel. Neem altijd even de tijd om de helling te beoordelen, ook bij korte putts.
  • Geen vaste routine: Een vaste aanlooproutine helpt om consistent te putten. Bepaal uw lijn, richt de putter, stel uw houding in en sla. Elke keer in dezelfde volgorde.

Veel van deze fouten verdwijnen vanzelf naarmate u meer oefent en bewuster bezig bent met uw techniek. Een golfles bij een professional kan ook helpen om specifieke gewoonten vroeg bij te sturen.

Putting oefenen op de driving range en oefengreen

Putten oefent u het beste op een echte oefengreen, niet op een tapijt of in de woonkamer. Op een oefengreen ervaart u hoe gras reageert op een rollende bal, hoe hellingen werken en hoe u uw slagkracht moet aanpassen aan de snelheid van de green.

Stel uzelf concrete oefendoelen. Probeer bijvoorbeeld tien putts achter elkaar van dezelfde afstand te maken, of oefen op het stoppen van de bal binnen een cirkel van dertig centimeter rondom het gat. Dit zijn gerichte oefeningen die sneller resultaat geven dan willekeurig putten.

Naast de oefengreen is de driving range een goede plek om andere onderdelen van uw korte spel te versterken. Chippen en pitchen sluiten direct aan op putten: wie de bal dicht bij het gat kan chippen, heeft een kortere en makkelijkere putt over. Door het korte spel als geheel te trainen, verbetert u uw score sneller dan door alleen te focussen op lange slagen.

Voor wie net begint met golfen, is het nuttig om te weten dat putten ook onderdeel is van de baanpermissiecursus en de GVB-cursus (Golfvaardigheidsbewijs, tegenwoordig gekoppeld aan handicap 54). In die cursussen leert u de basistechniek van putten, chippen en andere onderdelen van het korte spel, zodat u goed voorbereid de baan op gaat.

Zo helpt Golf Centrum Noordwijk u met putten

Bij Golf Centrum Noordwijk kunt u putten leren en oefenen in een complete golfomgeving die speciaal is opgezet voor beginners en gevorderde golfers. Ons aanbod sluit direct aan op wat u als beginner nodig heeft:

  • Oefengreen en chippinggreen: Beide zijn open en toegankelijk om uw korte spel te trainen in realistische omstandigheden.
  • Baanpermissiecursus: In de eerste les van deze cursus staat de basistechniek van putten centraal. U leert de juiste houding, grip en beweging van een ervaren golfprofessional.
  • GVB-cursus (eendaagse cursus): In één dag leert u alle basisvaardigheden van golf, inclusief putten, chippen en spelen op de baan. Aan het einde van de dag legt u een praktijkexamen af voor uw baanpermissie of handicap 54.
  • Privé- en groepslessen: Heeft u specifieke vragen over uw puttechniek? Onze golfprofessionals stellen samen met u een persoonlijk lesplan op.
  • Par-3-baan: Na het behalen van uw baanpermissie kunt u het geleerde direct toepassen op onze 9-holes par-3-baan, waar het korte spel en putten een grote rol spelen.

Wilt u weten welke cursus of les het beste bij u past? Neem dan contact op met Golf Centrum Noordwijk. Wij helpen u graag op weg met een aanpak die past bij uw niveau en uw doelen. Bekijk ook onze golfshop voor de juiste uitrusting om uw eerste stappen op de green goed te zetten.

Veelgestelde vragen

Welke putter is het beste voor een beginner?

Voor beginners wordt een mallet-putter vaak aangeraden, omdat dit type putter een groter slagvlak heeft en stabieler is bij een iets minder perfecte trefferpunt. Een putter met een rechte of licht gebogen schacht past bij de meeste beginners. Laat u bij voorkeur adviseren in een golfshop, zodat de lengte van de putter goed aansluit op uw lichaamslengte en houding.

Hoe weet ik of mijn puttechniek verbetert als ik alleen oefen?

Een goede manier om uw voortgang te meten is door bij te houden hoeveel putts u gemiddeld per ronde of oefensessie maakt. Stel uzelf concrete doelen, zoals tien putts van twee meter achter elkaar inhouten, en noteer wanneer u dat doel haalt. Als u merkt dat u vaker in twee putts klaar bent in plaats van drie, is dat een duidelijk teken van verbetering. Een enkele les bij een golfprofessional kan ook helpen om blinde vlekken in uw techniek vroegtijdig op te sporen.

Wat is het verschil tussen een snelle en een langzame green, en hoe pas ik mij daarop aan?

Een snelle green (vaak gemeten met een Stimpmeter) is korter gemaaid en droog, waardoor de bal verder rolt met minder kracht. Een langzame green is langer of vochtiger gras, waardoor u harder moet slaan voor dezelfde afstand. Het is verstandig om vóór een ronde altijd even op de oefengreen te putten om de snelheid van die specifieke dag te voelen. Pas daarna uw slagkracht aan: op een snelle green minder kracht, op een langzame green iets meer.

Hoe oefen ik thuis aan mijn puttechniek als ik geen toegang heb tot een oefengreen?

Hoewel een echte oefengreen de beste omgeving is, kunt u thuis werken aan uw techniek door te oefenen op een putting mat met een realistische roloppervlak. Focus dan op het stabiel houden van uw polsen en het gelijkmatig bewegen van uw schouders, niet op het resultaat. Een spiegel naast u plaatsen helpt om te controleren of uw ogen recht boven de bal zijn en uw houding correct is. Houd er wel rekening mee dat thuisoefening het gevoel voor hellingen en greensnelheid niet vervangt.

Moet ik als beginner al rekening houden met windrichting bij het putten?

Wind heeft bij de meeste putts weinig directe invloed op de bal zelf, maar kan wel uw houding en stabiliteit beïnvloeden, vooral bij harde wind. Bij sterke wind is het extra belangrijk om een brede, stabiele houding aan te nemen en uw gewicht iets meer op de voeten te verdelen. Concentreer u als beginner eerst op het lezen van hellingen en afstandscontrole; wind is een factor om later mee te leren werken naarmate u gevorderder wordt.

Hoe lang duurt het gemiddeld voordat een beginner redelijk leert putten?

Met regelmatig en gericht oefenen, twee à drie keer per week, merken de meeste beginners al na vier tot acht weken een duidelijke verbetering in hun consistentie op korte putts van één tot twee meter. Afstandscontrole op langere putts vraagt meer tijd en ervaring, maar lag putting kan al snel aangeleerd worden met de juiste oefeningen. Een cursus zoals de GVB-cursus of baanpermissiecursus bij Golf Centrum Noordwijk geeft u een sterke basis om dit proces te versnellen.

Is het zinvol om verschillende puttgrips uit te proberen, of kan ik beter één techniek aanhouden?

Als beginner is het verstandig om eerst één grip grondig te leren en te oefenen voordat u gaat experimenteren. De reverse overlap grip is de meest gangbare keuze en werkt voor de meeste golfers goed. Pas als u merkt dat u structureel problemen hebt met polsbeweging of richting, kan het de moeite waard zijn om onder begeleiding van een golfprofessional alternatieven zoals de claw grip of cross-handed grip te proberen. Willekeurig wisselen van grip vertraagt uw leerproces.

Close
Go top